22 JUN

2018



De afgelopen jaren wordt meer en meer moeite gedaan om grote sportevenementen duurzamer te maken, maar valt er tijdens het WK 2018 in Rusland buiten de grasmat veel groens te bespeuren?

Voetbal is ongetwijfeld de populairste sport ter wereld, en toch rijst de vraag of het wereldkampioenschap van de FIFA wel houdbaar is. Aan financiering geen gebrek, maar de bezorgdheid over de duurzaamheid en de impact van zo’n grootschalig evenement op het organiserende land neemt toe.

Gastlanden willen met meer achterblijven dan de jarenlange schulden die de organisator in het verleden vaak te beurt vielen. De 1,5 miljoen buitenlandse toeristen die Rusland tijdens het tornooi in 2018 naar verwachting zullen bezoeken, zullen de economie een welkom duwtje in de rug geven, maar zijn in milieutermen misschien wel te vergelijken met een sprinkhanenplaag die korte tijd neerstrijkt en wanneer ze weer vertrekt een kaalgevreten land achterlaat.

De Wereldvoetbalbond FIFA besteedde voor het eerst aandacht aan duurzaamheid in 2006, met een programma om de koolstofvoetafdruk van het WK in Duitsland te compenseren. Sindsdien ontwikkelde men grootschalige milieu- en maatschappijprogramma’s in een brede waaier van domeinen, van infrastructuur en aanwervingsbeleid tot energie- en afvalbeheer en zelfs ethische handelspraktijken. Die omvatten ook de langetermijnprojecten Football for the Planet (milieu) en Football for Hope (maatschappij).

Lange termijn betekent in dit geval meer dan alleen het toekomstige gebruik van de infrastructuur en gaat over alle ecologische, sociale en governance-aspecten (ESG) om te garanderen dat “…de inspanningen voor duurzaamheid worden beloond doordat er geen nadelige gevolgen zijn voor de biodiversiteit, het milieubewustzijn toeneemt en meer mensen gaan bewegen,” aldus de duurzaamheidsstrategie van dit jaar.

De werkzaamheden van de United Nations Principles for Responsible Investment worden door velen beschouwd als dé standaard om duurzaamheid aan af te meten. De meeste politici, investeerders en commentatoren gebruiken de maatstaven van dit orgaan om te bepalen of het wereldkampioenschap – of andere grote evenementen of investeringen – echt aan ESG-criteria voldoet of zich louter verschuilt achter een laagje ‘groenwassen’.

De FIFA kreeg veel kritiek voor de keuze voor Rusland als gastland in 2018 en Qatar in 2022. Beide landen hebben de reputatie een loopje te nemen met de mensenrechten en het idee om stadions te bouwen in de Qatarese woestijn bezorgt milieuactivisten nachtmerries.

Als reactie daarop werkte de FIFA nieuwe normen uit waaraan stadions op het vlak van energie, afval en waterverbruik moeten voldoen. Die konden echter niet beletten dat het stadion in Kaliningrad werd gebouwd op een van Ruslands laatste moeraslanden. In dit geval krijgt de natuur mogelijk alsnog het laatste woord. Het nieuwe gebouw zinkt immers al weg in het moeras.

De voorschriften van de FIFA en de behoefte aan nieuwe oplossingen hebben voor Qatar echter een reeks stadionontwerpen opgeleverd met uiterst efficiënte verlichtings- en ventilatiesystemen, waardoor de energiebehoefte afneemt, en schaduwzones. De stadions zullen ook na het evenement worden gebruikt, want ze zijn zo ontworpen dat ze na het wereldkampioenschap gemakkelijk kunnen worden aangepast, verbouwd of omgevormd tot kleinere locaties.

De lange lijst van duurzaamheidsdoelstellingen van de FIFA komt niet volledig overeen met de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de PRI, maar vertoont er toch veel gelijkenissen mee.

Tijdens het wereldkampioenschap in Brazilië, in 2014, sloegen de kritiek en het publieke protest niet op het milieubeleid, maar op het gebrek aan blijvende maatschappelijke investeringen.

Het duurzaamheidsbeleid van de FIFA heeft sindsdien meer oog voor het menselijke kapitaal: de eerste vier kerndomeinen zijn veiligheid en gezondheid, degelijk werk en vaardigheidsontwikkeling, inclusiviteit, gelijkheid en sociale ontwikkeling, en gezond leven en sportvoorzieningen. Er gaat ook veel aandacht naar ethische handelspraktijken en de ontwikkeling van de lokale economie, twee aspecten die in Brazilië ontoereikend werden bevonden. Mensen staan dus meer dan ooit centraal in de strategie.

Of de arbeiders die in Qatar de infrastructuur bouwen daar fundamenteel beter van zullen worden, valt nog te bezien. En hoe solide de duurzaamheidsstrategie van de FIFA ook is, sommige zaken kan ze niet veranderen eens de beslissing over het gastland is genomen, zoals culturele attitudes. Zo botst het inclusiviteitsbeleid wellicht met de houding tegenover holebi’s en mensen van kleur in Rusland en Qatar.

Er is nog werk aan de winkel voor we het evenement duurzaam kunnen noemen. Het WK 2018 wordt wellicht het ‘groenste’ mega-evenement in zijn soort en heeft mogelijk zelfs positieve gevolgen voor het milieu, de maatschappij en de economie van het gastland.