15 JUN
2017
Momenteel is er in de eurozone sprake van een solide en algemeen herstel. Wanneer we dit herstel in perspectief plaatsen, zien we dat de verschillen tussen de grote landen in de eurozone alleen maar groter zijn geworden: tussen Frankrijk en Duitsland enerzijds en tussen Italië en Spanje anderzijds. Als er de komende jaren niets wordt gedaan om deze evoluties tot staan te brengen, zou de toekomst van de eurozone in het gedrang kunnen komen. Zowel in Frankrijk als in Italië zijn de komende verkiezingen dus van essentieel belang: de regeringen die in de twee landen gekozen gaan worden zullen de noodzakelijke hervormingen moeten doorvoeren.
De verschillen tussen de Franse en Duitse werkloosheidscijfers zijn nu reeds verscheidene jaren enkel aan het toenemen. In 2007 lagen de cijfers nog dicht bij elkaar, tegenwoordig is dat helemaal anders: in Duitsland is het werkloosheidspercentage gestaag gedaald tot onder de 4%, in Frankrijk bleef dit sinds de crisis echter in de buurt van de 10% (grafiek 1). De belangrijkste reden is het groeitekort van Frankrijk ten opzichte van Duitsland. De evolutie van de binnenlandse vraag was in dezelfde periode praktisch gelijk in beide landen. Het verschil in groei, en dus ook grotendeels het verschil in werkloosheidspercentage, is te verklaren door het verschil tussen de bijdragen aan de groei van de binnenlandse handel (zie grafiek 2).
Het contrast wordt nog verontrustender tussen Italië en Spanje, de twee grote landen die lange tijd werden beschouwd als onderdeel van dezelfde "periferie". Voor de crisis van 2008 was er in beide landen sprake van een gestage daling van het concurrentievermogen. Spanje is er sindsdien echter in geslaagd om op spectaculaire wijze orde op zaken te stellen en, anders dan Italië, zijn productiviteit en concurrentievermogen te verbeteren. Ook hier zien we dat het verschil tussen de bijdragen van het handelsoverschot aan de groei het groeiverschil tussen beide landen grotendeels verklaart. Terwijl sinds 2007 de ontwikkeling van hun binnenlandse vraag gelijk was, ligt het Italiaanse BBP nu 7% lager dan tien jaar geleden, en dat van Spanje 2% hoger.
Grafiek 1
Grafiek 2

In dat verband zou het corrigeren van de prestatieverschillen op het gebied van buitenlandse handel zowel voor Italië als voor Frankrijk prioriteit moeten hebben. Dan blijft natuurlijk de vraag welke hervormingen er nodig zijn om hierin te slagen. In het geval van Italië zullen de zwakke trend van de productiviteitsstijging, met inbegrip van de industrie, en de hieruit voortvloeiende verslechterde loonkosten per eenheid gecorrigeerd moeten worden. In Frankrijk is het probleem eerder om het concurrentievermogen van de "te dure" bedrijven te verbeteren, wat via een groot aantal maatregelen tot stand zal moeten komen die niet kunnen worden teruggebracht tot het enkel het verlagen van de arbeidskosten zoals dat de voorbije jaren het geval was.
Weten of de noodzakelijke hervormingen om deze verschillen weg te werken effectief zullen zijn, is het cruciale thema van de verkiezingen voor de zomer in Frankrijk en wellicht ook in Italië vanaf het najaar.
In Frankrijk lijken de resultaten van de eerste ronde te wijzen op een ruime meerderheid voor La République En Marche, de partij van de nieuwe president. Hierdoor zou de regering voldoende voortgang kunnen boeken op de belangrijkste dossiers volgens Emmanuel Macron: een flexibelere arbeidsmarkt en een verbetering van de steunregelingen om mensen weer aan werk te helpen.
In Italië, waar de economische situatie veel zorgwekkender is, is de politieke configuratie onzekerder. De afwijzing in het voorbije jaar van het referendum over een herziening van de bevoegdheden van de Senaat en de kiesmethode zorgt voor een onevenwichtige situatie tussen de twee kamers. Het Lagerhuis en de Senaat hebben dezelfde bevoegdheden, maar hun kiesmethodes verschillen. Dit bemoeilijkt de formatie van een stabiele regering bij de volgende verkiezingen die uiterlijk het komende voorjaar worden gehouden. De gesprekken over dit onderwerp zijn begonnen. De uitkomst bepaalt of er al dan niet vervroegde verkiezingen worden gehouden. Als er een akkoord wordt bereikt, worden de ontbinding van het Parlement voor de zomer en nieuwe verkiezingen in het najaar mogelijk. Een welkome terugkeer van een volledig proportionele kiesmethode (met een kiesdrempel van 5%) zal echter niet het probleem van de instabiele regeringen oplossen: de momenteel mogelijke coalities blijven hypothetisch (M5S en Lega Nord) of kwetsbaar (Forza Italia en PD)!
Macro
News